8. Een houdbare toekomst voor Jeugd, Wmo en Participatiewet
Inleiding
De komende jaren staat het sociaal domein voor meerdere uitdagingen. Uitdagingen die inhoudelijke aanpassingen vragen, maar die ook financiële gevolgen kunnen hebben. Er moet tijdig gereageerd worden op de ontwikkelingen. Als dat nodig is, brengen we aanpassingen aan. Niet alleen op de inhoud maar ook financieel.
Om passende ondersteuning te blijven bieden is het belangrijk om aandacht te hebben voor een houdbaar toekomststelsel voor Jeugd, Wmo en Participatiewet. Voor de periode 2022-2027 ligt er de opgave om het Jeugdstelsel, de Wmo en de Participatiewet bestendig te houden.
8.1 Een toekomstbestendig jeugdstelsel
Sinds de decentralisatie van de Jeugdwet stijgt het aantal kinderen dat jeugdhulp ontvangt. Deze groeiende zorgvraag is alarmerend. Het roept de vraag op hoe het kan dat er nu veel meer jeugdigen hulp nodig hebben dan voorheen. Dit is een groot en landelijk vraagstuk, maar speelt ook lokaal. Mogelijke oorzaken die benoemd worden, zijn: lange wachtlijsten, langere doorlooptijd van trajecten en verminderde uitstroom. Ook problemen op andere leefgebieden binnen het gezin hebben invloed op de jeugdhulp. Denk hierbij aan verminderde bestaanszekerheid, coronacrisis, mentale druk op jongeren en echtscheidingen.
Normaliseren en de-medicaliseren (minder zorg en gebruik medicijnen) worden gezien al belangrijke drijfveren in de transformatie van de jeugdhulp. Deze begrippen zijn nog onvoldoende uitgewerkt en weinig concreet. Ze zijn multi-interpretabel en er is een behoefte aan concrete invulling van deze begrippen.
Waar staan we?
Het aantal unieke cliënten is in de eerste jaren vanaf de decentralisatie flink gestegen. Vanaf 2018 lijken de aantallen zich iets te stabiliseren. Toch lijkt er volgens de prognose van 2021 een toename te zijn in het aantal unieke cliënten. De toenemende zorgvraag heeft financiële gevolgen voor gemeenten, zo ook voor de gemeente Heerde. Al jaren lukt het niet om met het budget voor de jeugdzorg rond te komen. De kosten voor de jeugdzorg zijn met de jaren gestegen en daarin is hetzelfde patroon te zien bij de toename in het aantal cliënten. Van 2015-2018 zijn de kosten sterk toegenomen. Vanaf 2019 is dit meer een gestage toename geworden. De gemiddelde kosten per traject zijn ook toegenomen. Dit heeft deels te maken met loon- en prijsstijgingen, maar het lijkt er ook op dat de zorgvraag van jeugdigen complexer is geworden.
We zetten in op een toekomstbestendig jeugdstelsel.
Wat zijn onze ambities?
- We hebben voor dit onderwerp meer informatie nodig om op de juiste sturingsmaatregelen in te kunnen zetten.
- We krijgen nog meer inzicht in de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp. Met name de aansluiting van het voorliggend veld en de jeugdhulp die vanuit STIP wordt geleverd is een aandachtspunt. Dit willen we meer gaan verbinden aan de cijfers rondom maatwerkvoorzieningen.
- We gaan de cijfers uit de monitor sociaal domein meer verbinden aan de ingezette (beleids)maatregelen uit de uitvoeringsprogramma’s.
- We willen inzetten op het inhoudelijke invulling en duiding van de cijfers en trends die we zien.
WE KRIJGEN NOG MEER INZICHT IN DE ONTWIKKELINGEN BINNEN DE JEUGDHULP
We willen invulling geven aan de begrippen normaliseren en de-medicaliseren:
- We gaan met STIP in gesprek over de manier van hulpverlenen. Dit vraagt een verdere doorontwikkeling van het oplossingsgericht werken waar in 2021 mee is gestart.
- We gaan meer inzetten op reflectie en het lerend vermogen. We willen ‘vertraging’ organiseren, zodat er niet vanuit ad-hoc situaties gehandeld wordt. In plaats daarvan maken we een weloverwogen plan.
- We gaan het perspectief van de cliënt meer centraal stellen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van ervaringsdeskundigen.
- We zorgen ervoor dat de definitie van normaliseren op de bestuurlijke agenda komt. Wat accepteren wij als samenleving als ‘normaal’ of ‘goed genoeg’?
- We gaan concrete projecten organiseren of maatregelen inzetten die handen en voeten geven aan normaliseren en de-medicaliseren. Goede voorbeelden hiervan zijn #Opladers, projecten rondom ouderbetrokkenheid en het jongerenwerk.
Hoe laten we dit zien?
Het verbeterde informatieniveau moet zichtbaar worden in de verschillende rapportagedocumenten die we hebben. Dit houdt in:
- Werken met vastgestelde KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren) in de monitor sociaal domein.
- Een verbeterde aanlevering van financiële gegevens voor de interne monitor van de gemeenten.
- Een vaste set aan indicatoren voor de interne monitoring.
- Afname in de jeugdhulp op bepaalde gebieden waar beleidsmaatregelen op zijn uitgevoerd.
Daarnaast willen we na deze vier jaar invulling hebben gegeven aan de begrippen normaliseren en de-medicaliseren. Dit houdt in dat:
- We verankeren normaliseren en leren in de uitvoeringsvisie van STIP.
- We realiseren minimaal twee concrete projecten/maatregelen die normaliseren als doel hebben.
8.2 Een houdbaar Wmo-stelsel voor de toekomst
De Wmo is in zijn huidige vorm niet langer houdbaar. Een andere en betere aanpak is nodig.”. Dit is de conclusie van een onderzoeksteam van de VNG op 22 januari 2021, waarbij het onderzoek is toegespitst op de groeiende zorgvraag van ouderen.
Waar staan we?
Goede zorg en ondersteuning is toegankelijke zorg en ondersteuning. Tegelijkertijd stijgen de maatschappelijke kosten hiervoor elk jaar. Een oorzaak van deze stijging is het invoeren van het abonnementstarief. Inwoners die voorheen zelf hun huishoudelijke hulp betaalden, kloppen sinds de invoering bij gemeenten aan. Gemeenten kunnen hierop niet zelf sturen. Hierdoor komt het bieden van zorg en ondersteuning aan inwoners voor wie dat noodzakelijk is, onder druk te staan.
In Heerde zien we dat de kosten voor huishoudelijke hulp, sinds het invoeren van het abonnementstarief, met circa 40% zijn toegenomen. Ook het aantal grote woningaanpassingen is sindsdien in Heerde verdrievoudigd.
Het VNG heeft namens de gemeenten een alternatief aangeboden dat recht doet aan de bedoeling van de Wmo én een goede uitvoering van het Wmo-abonnementstarief. De regering wil werken aan een eerlijker eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens. De financiële uitwerking van de plannen van de overheid brengt bij gemeenten nog veel vragen met zich mee.
Wat zijn onze ambities?
- We willen, volgend op de landelijke ontwikkelingen, een eerlijk eigen bijdrage systeem voor huishoudelijke hulp in Heerde invoeren.
- We leveren een actieve bijdrage aan het landelijke fundamentele onderzoek naar de houdbaarheid op de langere termijn. We nemen ambtelijk deel aan de landelijke discussie over de houdbaarheid en beheersbaarheid van de Wmo.
- Het gesprek over de houdbaarheid van de Wmo moet ook op bestuurlijk niveau gevoerd worden. Dit gesprek gaan we de komende vier jaar voeren en faciliteren we vanuit de ambtelijke organisatie.
Hoe laten we dit zien?
Vastgestelde KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren) in de monitor sociaal domein:
- De uitgaven binnen de Wmo.
- Het effect van de invoering van het eerlijke eigen bijdrage systeem.
Een andere en betere aanpak is nodig voor een houdbare Wmo.
8.3 Een houdbaar stelsel voor de Participatiewet(PW) voor de toekomst
Sinds de invoering van de Participatiewet is er veel veranderd. Die verandering geldt voor financiering. En ook de doelgroep die instroomt in de bijstand is gewijzigd. Voorheen kwamen mensen in aanmerking voor de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Nu stromen deze mensen de bijstand in. Een gevolg is dat een groot deel van de bijstandsgerechtigden een (te grote) afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Dit wijzigt de dynamiek van de begeleiding. Bij een deel van de bijstandsgerechtigden ligt de focus in de toekomst op meedoen en participeren in de samenleving. Dit betekent ook iets voor het BUIG-budget. Het betekent dat een grotere groep in de bijstand komt waarvoor een inkomensvoorziening en een participatieplek nodig is.
Uitleg bovenstaande grafiek over de ontwikkelingen doelgroepen participatiewet
Het aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de bijstand, zal komende decennia stijgen. Dit zegt Berenschot Academy in 2022. Dit heeft twee redenen. De aanpassing van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de Wajong.
De Wet sociale werkvoorziening (WSW) is bedoeld voor mensen die door een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap niet onder normale omstandigheden kunnen werken. Sinds 1 januari 2015 kunnen er geen nieuwe mensen meer instromen in de WSW. Alleen mensen die voor die datum al een WSW-indicatie hadden én in WSW-verband aan de slag waren, komen in aanmerking voor verlenging van die indicatie.
Ook de instroom tot de Wajong is gewijzigd. Sinds 1 januari 2015 stromen alleen nog duurzaam volledig arbeidsongeschikte jonggehandicapten in. Mensen die voorheen wel zouden instromen in de WSW of de Wajong, ontvangen nu een bijstandsuitkering. Zonder rekening te houden met conjuncturele ontwikkelingen houdt Berenschot er rekening mee dat het aantal bijstandsgerechtigden in 2050 met circa 75% is toegenomen.
Waar staan we?
Nieuwe taken voor de gemeente door wetswijzigingen
De dynamiek op gebied van participatie verandert ook door de wetswijzigingen als de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de nieuwe Wet inburgering 2021 (NWI). Deze wetswijzigingen brachten nieuwe taken mee voor de gemeente zoals de vroegsignalering van schulden en de inburgering van statushouders. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft in 2021 de verbeterpunten van de Participatiewet (PW) laten inventariseren. Als de aanbevelingen uit dit rapport worden overgenomen kunnen we ook hier wetswijzigingen verwachten. Dit brengt dan nieuwe taken voor de gemeente met zich mee.
Nieuwe taken voor de gemeente door maatschappelijke ontwikkelingen
Ook de coronacrisis en energiecrisis brengen nieuwe, vaak tijdelijke, taken met zich mee. Voor onderwerpen als Tijdelijke overbruggingsregeling Zelfstandige ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke ondersteuning van Noodzakelijke kosten (TONK) werd in sneltreinvaart beleid gemaakt en werd invulling gegeven aan de uitvoering. Ook voor de energiecrisis wordt een beroep gedaan op de gemeente om hier op korte termijn beleid op te maken.
Het BUIG-budget voor de bijstandsgerechtigden loopt in de pas
Als we terugkijken naar de financiering van de bijstand door de Rijksoverheid via het BUIG-budget, dan lopen we redelijk in de pas. Het ene jaar is er een tekort en het andere jaar houden we over. Voor de toekomst heeft het kabinet Rutte IV plannen om het minimumloon te verhogen waardoor ook de daaraan gekoppelde bijstandskosten zullen stijgen. Dit kan consequenties hebben voor de bekostiging van de Participatiewet.
Wat zijn onze ambities?
We streven naar een duurzame uitvoering van de Participatiewet
We verwachten dat de veranderingen onverminderd doorgaan. We streven ernaar om flexibel in te spelen op deze veranderingen en een duurzame uitvoering van de Participatiewet te realiseren. Dit betekent dat we elke inwoner de ondersteuning bieden die passend is.
Hoe laten we dit zien?
In de monitor van het sociaal domein laten we de wijzigingen zien op kwalitatief en financieel niveau met vastgestelde KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren).
We streven naar een duurzame uitvoering van de Participatiewet